Het GHG-protocol

EDF Luminus meet zijn totale  CO2-voetafdruk sinds 2011 en volgt daarbij het GHG-protocol (Greenhouse Gas Protocol). Deze methode is internationaal het meest erkend voor de berekening van de koolstofvoetafdruk.

 

EDF Luminus volgt het GHG-protocol (Greenhouse Gas Protocol) voor de inzameling van gegevens en de berekening van de totale voetafdruk. Deze methode werd ontwikkeld op initiatief van het WRI (World Resource Institute) en de WBCSD (World Business Council for Sustainable Development) in overleg met bedrijven, ngo’s en overheden.

 

Het protocol omvat de zes belangrijkste broeikasgassen: koolstofdioxide (CO2 ), methaan (CH4), stikstofprotoxide (N2 O), fluorkoolwaterstoffen (HFK), perfluorkoolwaterstoffen (PFK), zwavelhexafluoride (SF6 ). De gegevens worden voorgesteld in ton CO2 -equivalent (tCO2 e), de andere gassen worden omgezet op basis van hun aardopwarmingsvermogen.

 

Het GHG-protocol brengt de uitstoot van broeikasgassen onder in drie categorieën, zodat elke onderneming haar uitstoot kan bepalen:

  • Afkomstig van bronnen die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door het bedrijf (scope 1) – in het geval van EDF Luminus zijn dat de emissies van de elektriciteitscentrales op aardgas, van het bedrijfsvoertuigenpark en deze afkomstig van de lokale verwarming van de gebouwen;
  • Afkomstig van de elektriciteitsproductie verworven voor intern gebruik (scope 2) – in het geval van EDF Luminus betreft het enkel de elektriciteit verbruikt in de industriële of tertiaire gebouwen van het bedrijf;
  • De uitstoot die upstream en downstream wordt gegenereerd (scope 3) bij leveranciers (van goederen, diensten, brandstofbevoorrading of energie) of bij de eindklanten – hier vinden we de emissies afkomstig van de winning van delfstoffen of van het energietransport.

Methodologische opmerking

Elk jaar verfijnt EDF Luminus de berekening van zijn CO2-voetafdruk om te voldoen aan de recentste rapporteringsprincipes van het GHG-protocol. Wanneer de berekeningsmethodes worden aangepast, gebeurt dat ook voor de voorgaande jaren om een vergelijkingsbasis te houden voor de drie geïllustreerde jaren. Ten opzichte van de cijfers meegedeeld in het rapport van 2015 zijn de emissies van elektriciteit die werd aangekocht bij andere producenten opnieuw (zoals in 2014 en 2013) geboekt op basis van de herkomst van de elektriciteit (windenergie, zonne-energie, kernenergie, warmtekrachtkoppeling, verbranding, enz.). Door deze aanpak kunnen de recentste emissiefactoren worden gebruikt. Ook de feitelijke koolstofintensiteit van de elektriciteit die is aangekocht door EDF Luminus kan zo worden gemeten.