Totale koolstofdioxide voetafdruk

De balans van alle emissies gegenereerd door de activiteiten van EDF Luminus in België bedraagt 6 091 kiloton CO2-equivalent in 2017, ofwel een daling van 1% in vergelijking met de emissies van 2016*. De opvallende evolutie is de wijten aan:

  • de minder strenge winter dan de vorige
  • de toename van de elektriciteitsproductie uit thermische centrales.

De emissies uit de eigen elektriciteitsproductie (scope 1) vertegenwoordigen 19% van de totale voetafdruk, in vergelijking met 13% vorig jaar. De emissies met betrekking tot de verkoop van gas aan eindklanten (scope 3) vertegenwoordigen 54% van de totale voetafdruk, tegenover 55% in 2016.

*na herwerking van de gegevens van 2016, in het bijzonder wat de berekeningsmethode van de emissies van aangekochte en doorverkochte elektriciteit betreft; en zonder rekening te houden met een verschil in methodologie bij de berekening van emissies gerelateerd aan elektriciteitsaankopen (zie methodologische aantekening hieronder). 

Scope 1: Koolstofdioxide voetafdruk stijgt door hogere productie thermische centrales

  Scope 1: Directe emissies gegenereerd door de activiteit van het bedrijf (kt CO2e)

Source: Climact.

De emissies van scope 1 zijn fors toegenomen (+43%, tot 954 ktCO2e) wegens de toegenomen inschakeling van de thermische centrales in 2017 (cfr. energiemix).

De totale emissies afkomstig van het wagenpark zijn licht gedaald door de afname van het aantal afgelegde kilometers en een verbetering van de energie-efficiëntie van het wagenpark.

Er vond geen uitstoot van SF6 plaats in 2017.

Scope 2: Daling van het elektriciteitsverbruik in de gebouwen

Sinds 2015 wordt scope 2 berekend aan de hand van twee verschillende methodes.

 

Volgens de geografische benadering (totale emissiefactor van de elektriciteit die wordt geïnjecteerd in het Belgische net), daalt de uitstoot van scope 2 met 16% als gevolg van het lagere elektriciteitsverbruik in de gebouwen van de onderneming.

 

Volgens de marktbenadering stijgt de uitstoot van scope 2 met 12% door de hogere koolstofintensiteit in 2017 (van 117 tot 155 gCO2/kWh) van de energiemix van EDF Luminus, elektriciteitsleverancier voor alle betrokken gebouwen.

 Scope 2: Indirecte emissies gegenereerd

 door elektriciteit die wordt verbruikt

 in gebouwen (ktCO2e)

Bron: Climact.


Scope 3: Koolstofdioxide voetafdruk licht gedaald

  Scope 3: Indirecte emissies van activiteiten die niet zijn opgenomen in scopes 1 en 2 (ktCO2e)

Bron: Climact.

N.B. In het BKG-protocol is voorzien om de CO2-voetafdruk met betrekking tot afvalverwerking en transport/distributie van verkochte elektriciteit op te nemen in scope 3. Deze twee posten worden niet weergegeven in deze grafiek omdat ze extreem laag zijn (minder dan 0,5 ktCO2e).

NVDR: De grafiek van scope 3 die op pagina 59 van het duurzaamheidsrapport 2016 werd gepubliceerd, bevatte een eenheidsfout op zoomniveau. Ze is hierboven gecorrigeerd.

De totale emissies van scope 3 zijn licht afgenomen in 2017 door de daling van de verkochte gasvolumes aan de eindklanten (-3%) en van de elektriciteitsaankopen doorverkocht aan de eindklanten.

De post Infrastructuur en Uitrusting stijgt met 10%, hoofdzakelijk door de stijging van de afschrijvingen van de kerncentrales.

Opmerking over de methodologie van 2017:

De bovenstaande grafiek laat geen exacte vergelijking toe van de CO2-voetafdruk van de post "Aankoop van elektriciteit voor wederverkoop" over een periode van drie jaar, aangezien de methodologie in 2017 is gewijzigd.

De uitstoot van alle elektriciteit die in 2017 werd gekocht, behalve kernenergie, werd immers berekend op basis van de gemiddelde emissiefactor van het Belgische netwerk (197 gCO2/MWh volgens het IEA 2016). In 2015 en 2016 was het mogelijk om elektriciteitsaankopen uit warmtekrachtkoppeling of verbranding te isoleren door ze een hogere, specifieke emissiefactor toe te kennen.

Afhankelijk van de intern beschikbare bronnen zal later een preciezere berekening van de CO2-voetafdruk van deze post kunnen worden gepubliceerd.